sociale en emotionele ontwikkeling
Kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid hebben niet alleen andere onderwijsbehoeften op het gebied van cognitieve ontwikkeling, maar ook op sociaal en emotioneel gebied. Soms zijn deze anders of intenser dan andere kinderen. Hieronder een lijst met verwijzingen naar websites en organisaties die hierin een rol kunnen spelen.
Algemene informatie
Waaraan kan je denken bij de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid. Hieronder worden een aantal gebieden aangestipt en toegelicht, soms met een verwijzing naar een helpende link.
Autonomie:
Kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid hebben een grote behoefte aan autonomie. Dit uit zich vaak in een sterke eigen wil en een grote behoefte aan zelfbepaling. Iets "moeten" werkt vaak averechts. Vaak stellen ze regels en opdrachten ter discussie en moet je van goede huize komen wil je ze overtuigen.wat zich uit in een sterke eigen wil, allergie voor 'moeten' en een behoefte aan zelfbepaling. Het werkt helpend om ze eigen keuzes te geven.
Binnen het onderwijs is het mogelijk hierop in te zoomen bij het kiezen van verrijkingswerk of bij het werken in de peergroep (plusklas).
Leren Leren:
Omdat kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid vaak al veel weten, hoeven ze op school minder hun best te doen om alles te begrijpen en eigen te maken. Ze leren zo geen goede leerstrategieën aan. Omdat ze zich dan wel eens kunnen gaan vervelen omdat er teveel herhaling is in de klas, kunnen sommige kinderen storend gedrag gaan vertonen, raken ze verveeld of passen zich maar aan. Omdat een leerkracht kan denken dat deze kinderen "er wel komen met hun slimheid" en ze daardoor geen goede begeleiding krijgen bij verrijkingsopdrachten, kan het gebeuren dat een kind niet leert hoe ze moet leren. Het is juist voor deze kinderen belangrijk om te leren hoe je iets aanpakt, structuur aanbrengt en welke hulpmiddelen ze kunnen gebruiken. Omdat ze vaak veel weten en er tegen aan kunnen lopen dat ze iets niet vanzelf weten, kan er faalangst ontstaan. Daardoor kunnen deze kinderen afhaken omdat ze denken dat ze het niet kunnen en ook problemen krijgen met het "gewone basiswerk". Ze hebben geen "directe"instructie op leren leren nodig, maar wel handvatten die ze kunnen gebruiken om tot leren te komen als ze het niet gelijk weten.
Op de website van het SLO staat goed omschreven wat er bij komt kijken met downloads om te gebruiken in de praktijk
SLO leren leren
Ook een handig hulpmiddel bij het "leren leren" is de leerkuil.
De leerkuiltheorie zet op een eenvoudige en visuele manier neer hoe kinderen leren. Het laat zien dat er bij diep leren altijd een moment van verwarring of misschien zelfs boosheid en frustratie zit. Het doel van deze leerkuiltheorie is om de gevoelens te normaliseren en duidelijk te maken dat deze negatieve gevoelens helemaal niet erg zijn.
De Leerkuil is een concept dat ontwikkeld is om het leerproces beter te begrijpen en te visualiseren. Het model toont de natuurlijke ups en downs van leren, met als doel leerlingen en begeleiders inzicht te geven in hoe diepgaande, blijvende kennis wordt opgebouwd. Het idee is dat leren vaak begint met een gevoel van vertrouwen, gevolgd door een fase van onzekerheid of zelfs frustratie – dit is de "kuil". Deze fase is echter essentieel: het is het moment waarop de hersenen nieuwe verbindingen maken en echte groei mogelijk wordt.
De Leerkuil moedigt aan tot reflectie, doorzettingsvermogen en het zoeken naar hulpbronnen of samenwerking. Dit proces leidt uiteindelijk tot een nieuw niveau van begrip en vaardigheid. Het model is gebaseerd op onderzoek naar mindset, motivatie en effectief leren. (tekst gebruikt van meestermax.nl)
Via deze website zijn ook posters van de leerkuil gratis te downloaden.
Executieve functies:
Deze vallen uiteen in twee groepen: de “warme” en de “koude” executieve functies. Warme executieve functies zijn die functies die vooral betrekking hebben op emoties en gedrag. Daarbij kun je denken aan gedragsinhibitie: het vermogen je eigen gedrag of emotionele reacties te kunnen controleren, stoppen of afremmen. De koude executieve functies draaien om zaken als het vasthouden van aandacht, het vermogen om te multitasken, te plannen, organiseren en je aan te passen aan een veranderende omgeving.
“Maar een hoge intelligentie impliceert niet automatisch evenredig ontwikkelde executieve functies. Voor het ontwikkelen van executieve functies is heel veel oefening nodig en juist vanwege hun hoge intelligentie hoeven met name de koude executieve functies bij hoogbegaafden niet zo snel aangesproken te worden. Als dingen je vanwege je intelligentie gemakkelijk af gaan, dan hoef je namelijk ook minder lang je aandacht vast te houden of dingen uitvoerig te plannen en organiseren. Vaak zie je dat ze door structurele didactische ondervraging bepaalde executieve functies nauwelijks hebben hoeven gebruiken”. (Tekst van blikophulp.nl)
Deze uitleg komt uit een lezing van Sonja Borgsteede (psycholoog). Mocht je de hele lezing willen bekijken dat kan op deze website.
Peers:
Oftewel gelijkgestemden. Peers zijn belangrijk bij de ontwikkeling van kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid. Deze kinderen voelen zich soms anders dan de andere kinderen en kunnen met peers dichter bij zichzelf zijn. ze "snappen" elkaar. Daarom is het belangrijk peercontact voor deze kinderen te organiseren. Dat kan binnen de klas (als er meer kinderen zijn), binnen de school, door kinderen uit verschillende groepen samen te alten werken of in een plusklas. Als er binnen de school weinig mogelijkheden zijn, is dit ook bovenschools te organiseren in een bovenschoolse plusklas. Contact met peers is cruciaal voor het vinden van herkenning en begrip, het geeft een gevoel van gelijkwaardigheid. Daardoor kunnen ze spiegelen en ervaren ze meer diepgang. Het zorgt voor een gevoel van erbij horen, dat je niet anders bent en geeft een gelijkwaardige basis om vriendschappen aan te kunnen gaan. Dit helpt om sociale emotionele problemen te voorkomen.
Faalangst en Perfectionisme:
Het zo goed mogelijk willen doen, leidt bij kinderen met kenmerken van hoogbegaafdheid soms tot perfectionisme. En omdat niet alles dan zo goed gaat als ze zouden willen kan weer faalangst ontstaan. Ook een te hoge lat (door henzelf of de omgeving) kan leiden tot faalangst. Bij het aangaan van iets nieuws is het gevoel van "het niet kunnen" een gevoel dat deze kinderen niet vaak hebben en dus niet weten hoe ze ermee om moeten gaan (zie hierboven bij "leren leren"). Omdat vaak veel hen makkelijk afgaat, is het moment van iets niet direct kunnen een faalmoment in hun ogen. Als dat te vaak voorkomt, en er geen begeleiding bij is, kan een kind afhaken en gaan onderpresteren/terugtrekken of tot vervelend gedrag overgaan (om iets nieuws maar niet te hoeven aangaan). Een hulpmiddel hierbij zou kunnen zijn het gebruik van de leerkuil (zie hierboven) of in gesprek te gaan met het kind hierover. Een goede begeleiding hierin is cruciaal.
Een aantal organisaties kunnen hierin helpend zijn door individuele therapie voor het kind (en ouders) aan te bieden.
2 (commerciële) organisaties die dit binnen de regio Nijmegen doen zijn
CBO (centrum voor begaafdheidsonderzoek): Het CBO is één van de internationale expertisecentra op het gebied van hoogbegaafdheid. Vanuit een wetenschappelijke benadering leveren wij een bijdrage aan professionalisering van onderwijsveld en hulpverlening ten behoeve van hoogbegaafde kinderen.
Hoogvliegers en diepdenkers: Hoogvliegers en Diepdenkers biedt begeleiding op het gebied van hoogbegaafdheid in de regio Arnhem/Nijmegen e.o. Je hoeft bij ons niet gediagnosticeerd te zijn als (hoog)begaafd/hooggevoelig; het gaat erom dat je jezelf/je kind herkent in het profiel van de doelgroep(en).